Sparen··8 minuten leestijd

De potjesmethode voor gezinnen: hoe werkt het, en waarom werkt het eigenlijk?

Jarno Koopman

Jarno Koopman

Oprichter Waar blijft het · 23 mei 2026

Na dit artikel weet je:

  • Waarom de potjesmethode werkt waar budgetteren mislukt: de grens is zichtbaar, je hoeft niet bij te houden
  • Vier potjes die een gezin nodig heeft, en hoe je ze inricht zonder app of spreadsheet
  • Welke Nederlandse banken potjes ondersteunen en hoe je een werkbare startverdeling bepaalt

Je hebt er vast van gehoord. Aparte rekeningen voor aparte doelen. Potje voor boodschappen, potje voor de vakantie, potje voor onverwachte kosten. Het klinkt logisch, en dat is het ook. Maar de meeste uitleggen van de potjesmethode zijn te ingewikkeld, te rigide, of te abstract voor een gezin dat gewoon wil dat het geld niet verdwijnt.

Dit is de praktische versie. Geen spreadsheet, geen app van twintig euro per maand, geen zeven rekeningen. Gewoon een systeem dat werkt voor een normaal gezin met een normaal inkomen.

Voorbeeld bij €4.000 netto

Zo verdeel je je inkomen in potjes

Klik op een potje voor meer uitleg. Percentages zijn een startpunt, pas aan op jouw situatie.

Kort gezegd: de potjesmethode werkt, maar niet zoals de meeste uitleg het brengt. Je verdeelt je inkomen meteen bij binnenkomst over aparte rekeningen of doelen. Hieronder hoe je dat praktisch inricht voor een gezin, zonder gedoe en zonder spreadsheets.

Waarom werkt de potjesmethode terwijl budgetteren dat niet doet?

Budgetteren mislukt bij de meeste mensen omdat het continu aandacht vraagt. Je moet bijhouden wat je uitgeeft, controleren of je nog binnen het budget zit, en jezelf corrigeren als het fout gaat. Dat is vermoeiend, en als je moe bent, doe je het niet meer.

De potjesmethode werkt anders. Je maakt één keer de beslissing: dit geld is voor dit doel. Daarna hoef je niet meer te denken. Geld op de boodschappenrekening? Je mag het uitgeven. Geld op de spaarrekening? Dat is niet beschikbaar. Geen discipline nodig, geen dagelijks bijhouden.

Dat is ook wat onderzoek bevestigt. Mensen die fysiek of digitaal geld scheiden per doel, geven structureel minder uit dan mensen die alles op één rekening hebben staan. Niet omdat ze zuiniger zijn, maar omdat de grens zichtbaar is.

Reken even mee

Jouw potjes in euro's

Vaste lasten65% · €2.275
Dagelijkse uitgaven20% · €700
Sparen10% · €350
Vrij besteedbaar5% · €175

✓ Je verdeling telt op tot 100%.

Benieuwd hoe jouw échte verdeling eruitziet? Doe de gratis analyse.

Hoe richt je het in, praktisch, voor een gezin?

Het begint bij het inkomen. Op de dag dat het salaris binnenkomt, verdeel je het direct. Niet aan het einde van de maand kijken wat er over is, maar meteen bij binnenkomst sturen.

De meest werkbare verdeling voor een gezin is vier potjes.

Het eerste potje is voor vaste lasten, alle kosten die maandelijks automatisch worden afgeschreven. Huur of hypotheek, energie, verzekeringen, abonnementen. Dit bedrag ken je van tevoren. Zet het op een aparte rekening en stel automatische afschrijvingen in. Je hoeft er nooit meer naar te kijken.

Het tweede potje is voor dagelijks leven, boodschappen, benzine, kleine dagelijkse uitgaven. Dit is het enige geld dat je actief beheert. Veel mensen vinden het handig om hiervoor een betaalpas te gebruiken met een duidelijk limiet, of cash te gebruiken voor boodschappen.

Het derde potje is voor sparen, direct op salarisdag, voordat je iets anders betaalt. Noodbuffer, vakantie, grote aankopen. Ook dit gaat automatisch, naar een spaarrekening die je niet dagelijks ziet.

Het vierde potje is voor jezelf, geld dat je zonder schuldgevoel kunt besteden. Een vaste persoonlijke toelage per persoon. Geen verantwoording aan elkaar, geen discussie. Dit klinkt als luxe, maar het voorkomt juist impulsaankopen die buiten het systeem vallen.

Hoeveel gaat er in elk potje?

Er is geen universeel antwoord, het hangt af van je inkomen en vaste lasten. Maar een werkbaar startpunt voor een gezin is: 65 procent vaste lasten, 20 procent dagelijks leven, 10 procent sparen, 5 procent vrij.

Bij een netto inkomen van €4.000 is dat: €2.600 vaste lasten, €800 dagelijks leven, €400 sparen, €200 vrij per persoon.

Als 65 procent naar vaste lasten gaat en er dan €800 overblijft voor boodschappen en benzine, en boodschappen alleen al kosten €875 voor een gezin van vier, dan klopt het systeem niet. Dat is dan geen probleem met het systeem, maar een signaal dat de vaste lasten te hoog zijn of het inkomen te laag voor de huidige levensstijl.

Dat inzicht is waardevol. Niet om je slecht te laten voelen, maar om te weten waar het werkelijke probleem zit.

Welke banken en apps helpen hierbij?

Bijna alle Nederlandse banken bieden subrekeningen of potjes aan. Rabobank heeft “Doelsparen”, ING heeft “Spaarpotjes”, ABN AMRO heeft “Doelbedragen”. Bunq is specifiek gebouwd rondom het potjesconcept en laat je onbeperkt gratis rekeningen aanmaken.

Je hebt geen speciale app nodig. Twee of drie rekeningen bij je eigen bank zijn genoeg voor het basismodel. Meer rekeningen maken het niet beter, ze maken het alleen complexer.

Lukt het niet om het vol te houden? Dan zit de oorzaak zelden in de potjes zelf. Kijk eerst naar je volledige situatie met de gratis analyse.

Uit de praktijk: lees de potjesmethode in de praktijk bij een echt gezin.

Lees ook over je salaris slim indelen en cash stuffing.

Ben je met een partner die ook eigen kinderen heeft, en wonen die er niet allemaal de hele week? Lees dan samengesteld gezin: twee huishoudens in één budget.

Hoe zit dit bij jou?

Algemene gemiddelden vertellen iets. Jouw eigen financiële situatie vertelt meer.

Doe de gratis analyse

Na de analyse kun je de Geldscan aanvragen, €49 →

Veelgestelde vragen

Wat is de potjesmethode precies?

De potjesmethode houdt in dat je je inkomen direct bij binnenkomst verdeelt over aparte rekeningen of doelen: vaste lasten, dagelijks leven, sparen, vrij besteedbaar. Doordat geld fysiek gescheiden is, hoef je niet bij te houden wat je uitgeeft: de grens is zichtbaar.

Hoeveel potjes heb je nodig?

Voor de meeste gezinnen zijn drie of vier potjes genoeg: vaste lasten, dagelijks leven, sparen, en optioneel een persoonlijk potje per persoon. Meer potjes maken het systeem complexer zonder dat het beter werkt.

Welke bank is het beste voor de potjesmethode?

Bunq is specifiek gebouwd voor het werken met meerdere rekeningen en is gratis voor maximaal drie rekeningen. Rabobank (Doelsparen), ING (Spaarpotjes) en ABN AMRO (Doelbedragen) bieden gratis subrekeningen aan. Je hoeft niet van bank te wisselen.

Hoeveel procent gaat naar elk potje?

Een werkbaar startpunt: 65% vaste lasten, 20% dagelijks leven, 10% sparen, 5% vrij. Pas dit aan op jouw situatie. Als vaste lasten meer dan 70% van je inkomen zijn, is dat een signaal dat de lasten te hoog zijn, niet dat het systeem niet werkt.

Wat doe je als er geen geld overblijft voor sparen?

Begin met €50. Dat is beter dan niets. De gewoonte van automatisch sparen opbouwen is waardevoller dan het bedrag. Verhoog elke drie maanden met €25 als je ruimte ziet.

Bronnen

Jarno Koopman

Geschreven door Jarno Koopman

Keihard werken en tóch niets overhouden. Dat gevoel ken ik. Goed salaris, niks geks gedaan, en toch liepen de spaarpotten leeg. Nu kijk ik als financieel coach mee met mensen in dezelfde situatie. Meer over mij →